BFOTO
BFOTO

Bekijk de Lokfiche  Bekijk de Technische fiche  Bekijk de Foto




Inleiding

Door de voortgaande elektrificaties en met name die van lijn 162 naar Luxemburg, werd nog vóór de aflevering van type 122 een nieuwe serie besteld van uiteindelijk 83 locs: type 123. Wel wachtte men op de eerste ervaringen van de 22 en dit resulteerde in een andere plaatsing van de luchtroosters: niet langer in het dak (gevoelig voor weer), maar drie roosters aan weerszijden aan de onderzijde van de kast. Tevens werd gebruik gemaakt van een recuperatierem (nauw samenwerkend met een rheostatische rem, waarbij overtollige energie wordt hergebruikt in de weerstanden indien zich geen andere trein in dezelfde sectie bevindt), speciaal voor de dienst op de hellingrijkere trajecten als lijn 162. Tevens werd het adhesiegewicht verhoogd om dezelfde redenen, uiteindelijk is dus het effectief vermogen op hellingen van de 123 hoger. Een andere aanpassing aan de 123 was het aanbrengen van elektronische slipmelders (net als de 126, welke eveneens voor de meer hellingrijke trajecten bedoeld was). Voor het rijden in dubbeltractie werden alle locs (ook van de later gebouwde reeksen) voorzien van lampen boven de cabineruiten die aan konden geven wat de bestuurder van de tweede loc te doen stond.

Eind november 1955 werd de 123.001 geleverd te Brussel Zuid, maar werden na de eerste tests gelijk doorgestuurd naar de drie grote depots rond de Ardennen: Kinkempois, Stockem en Ronet.
Op 1 januari 1971 werd de reeks vernummerd in 2301-2383.

Livrei

De locs kwamen in het tweetonig groen in dienst met sierstrepen, ten opzichte van de 122 extra voorzien van een extra V op het front. In de jaren zestig werd deze schildering net als bij de 122 vervangen door donkergroen, en de sierstrips werden bij de meeste locs vervangen door sierlijnen. In februari 1976 werden proeven gedaan met de 2376, welke een hoofdzakelijk gele schildering kreeg met vier sierbanen in het groen, de "zebraschildering". In mei en juli 1976 volgden de 2355 en 2380. Tevens werden deze locs voorzien van een nieuw cijfertype, dat een aantal jaren lang op de locomotieven van deze generatie werd geplakt en ook nu nog bij enkele locs te zien is. De schildering zelf hield het niet lang uit. Uiteindelijk werd gekozen voor een andere variant naar aanleiding van een proef met de 2604, welke in het geel en blauw geschilderd was. De 2323 was de eerste loc van de reeks in deze nieuwe livrei in augustus 1977. Vanwege de besmettelijkheid werden uiteindelijk slechts 17 locs geel geschilderd: 2308, 2318, 2322, 2323, 2355, 2363, 2367, 2372 en 2374-2382. In augustus 1980 werd de 2337 afgeleverd als eerste eloc van de reeks in de nieuwe blauwe kleur met gele sierlijnen, de kleurstelling die tot de komst van reeks 13 standaard was. Tussen 1987 en 1995 werden alle gele 23'ers blauw geschilderd, de laatste groene loc verscheen in 1991 in het blauw.

Reeks 24

Loc 123.083 (2383) is heel erg lang echt een buitenbeentje geweest. Al na iets meer dan een jaar dienst werd deze machine voorzien van een vernieuwde elektrische installatie en overbrenging, waarbij de loc het nummer 124.001 kreeg en ingezet werd vanuit Brussel Zuid. In 1968 werd deze loc uitgekozen om proeven voor een nieuwe, sterke loc met hoog vermogen (uiteindelijk reeks 20) te doen. In samenwerking met fabrikant La Brugeoise et Nivelles en leverancier van de elektrische installatie ACEC werd de motoroverbrenging gewijzigd en de loc werd aan één zijde van een stroomlijnkop voorzien die werd geplaatst óp de normale kop. In 1969 werden proeven tot 206 kilometer per uur gedaan. Hierna reed de loc nog enige tijd vanuit Oostende, vanaf 1971 met nummer 2401 (maar zonder de opzetkop). In 1974 werd de loc teruggebouwd tot een normale 2383, maar tien jaar later kreeg de loc opnieuw een bijzondere taak. Voor het opdrukken van treinen tussen Liège Guillemins en Ans werden enkele aanpassingen aan de buffers gedaan. Totdat de loc weer genormaliseerd werd in 1999 reed de loc vanuit Kinkempois.

Stelplaatsen

Na hun indienstellingen in de stelplaatsen in de hellingrijke gebieden werden de locs in de eerste jaren regelmatig gewisseld tussen deze stelplaatsen, enkele locs keerden weer terug naar Brussel Zuid, terwijl Kinkempois al snel de 123's verloor tot er in 1984 weer twintig terugkeerden. Dit betroffen locs uit Stockem, dat daarna geen 23's meer had. In 1994 werden de locs herverdeeld over Merelbeke en Oostende, waarmee duidelijk mag zijn dat hun ingezetgebied deels verschoof van de Ardennenlijnen naar Vlaanderen. Een jaar later werd een deel van de locs van Merelbeke naar Antwerpen Dam getransferreerd, waar in de loop van de jaren alle locs terecht kwamen. Inmiddels is deze stelplaats natuurlijk vervangen door Antwerpen Noord.

Aanpassingen

In de tweede helft van de jaren zeventig werden de 23'ers voorzien van dubbele frontseinen. Ook werden de locs in deze periode aangepast voor het multiple rijden met andere elocs die hiertoe geschikt waren (andere 23'ers en de reeks 26). Hiermee waren de aanduidingslampen boven de cabineruiten alleen nog nodig voor een sporadische dubbeltractie met een ander type loc. Vanwege regelmatige problemen met de koeling van het Jeumont-Heydman aanzetblok werden enkele locs gebruikt om te proeven met extra luchtroosters. Bij meerdere 23'ers werden bijvoorbeeld vertikale in plaats van horizontale luchtroosters geplaatst en bij de 2306, 2313, 2317, 2320, 2321 en 2331 werd aan de zijde van het JH-blok een extra luchrooster geplaatst tussen de patrijspoorten. De 2302 was helemaal bijzonder: bij deze proef werd in 1983 een compleet nieuw roosterpartij op de plaats van de vier patrijspoorten geplaatst en werden drie nieuwe patrijspoorten aan de onderzijde geplaatst. Vanwege de kosten kreeg deze proef geen navolging.
Een kleine wijziging was het aanpassen van enkele locs (2303, 2306, 2307, 2315, 2321, 2327, 2328, 2341, 2344, 2364, 2366, 2367 en 2374) van de bufferbalk voor het aanbrengen van een automatische koppeling, wat overigens nooit gebeurd is.

Vroegtijdige afvoer

Ondanks enkele zware schadegevallen is het aantal uitvallers bij de reeks altijd beperkt gebleven. Na een verschrikkelijke dreun te Hatrival op 13 mei 1992, waar de 2020+2307 achterop een defecte en ongecontroleerd hellingaf rijdende andere goederentrein botsten, werd de 2020 volledig verwoest en de 2307 behoorlijk beschadigd. Vanwege de ernstige cascoschade (aan de buitenkant slecht te zien) werd de loc niet meer in dienst gesteld, maar wel pas op 1 oktober 1998 (na merkwaardigerwijs tweemaal administratief van stelplaats gewisseld te zijn) geschrapt. De loc werd al die tijd gebruikt als orgaandonor, met name bij het herstel van de 2305 en 2344, welke op 20 januari 2000 in Stockem met meer dan de dubbele toegestane snelheid een wissel bereden en ontspoorden. In 2003 werd de 2307 pas gesloopt. Inmiddels was er wel een tweede uitvaller: de 2361. Deze trein was op 13 maart 2002 geheel opengereten bij een zijdelingse aanrijding met een andere goederentrein te Marbehan. Op 03/06/2004 is de 2305 te Lier ingereden op de 6248 en de 6326 en heeft beide locomotieven uiteindelijk geparkeerd boven een voetgangerstunnel. Alle 3 de locomotieven werden gesloopt. Na een botsing te Antwerpen-Noord op 07/08/2005 werd ook de 2302 terzijde gesteld.

Buitendienststelling

Eind 2003 werd bekend dat de hele reeks (toen nog 81 exemplaren) een nieuwe grote revisie zou gaan krijgen. Dit was het gevolg van het feit dat men binnen afzienbare tijd geen nieuwe elektrische locomotieven had voorzien. Het duurde tot de crisis van 2009 vooraleer er echt grote veranderingen kwamen in het bestand van reeks 23. Door de ineenstorting van het goederenvervoer, waar reeks 23 hoofdzakelijk werd ingezet, werd de NMBS geconfronteerd met een groot overschot aan 23'ers. De slechtste 6 23'ers werden aan de kant gezet, en een groot deel van het bestand werd overgedragen naar de reizigersdienst. Waar ze onder andere reeks 22 en 25 van de piekuurtreinen rond Brussel verdwenen.
Dankzij de massale levering van 18'en (II) in 2011, vonden er in de goederendienst vele verschuivingen plaats. Reeks 23 kende vanaf 11 december 2011 geen omloop meer in de goederendienst (ze werden hier verdreven door reeks 13 en reeks 20) en ook in de reizigersdienst werden een groot aantal diensten geschrapt. Dit zorgde ervoor dat maar liefst 38 locomotieven die dag aan de kant werden gezet, 2 volgden alsnog enkele weken later. In de eerste maanden van 2012 werd reeks 23 stilletjesaan vanvoor de laatste P-treinen verdreven door reeks 27. Begin maart werd er beslist om iedere 23'er die een defect had, of op gepland onderhoud moest komen aan de kant te zetten. Het aantal indienstzijnde locomotieven slinkte met de dag... . Op 4 april 2012 werden de laatste 2 actieve 23'ers na een loopbaan van meer dan 55 jaar in park geplaatst.
De 2309, 2311 en 2315 kregen uitsel van executie en werden rijvaardig gehouden in Kinkempois als opdruklocomotief op de helling van Ans. Enkele maanden later, op 10 september 2012, werden ze bedankt voor bewezen diensten en alsnog aan de kant geschoven. Het tijdperk van reeks 23 is nu écht gedaan.

De 2320 (Hasselt), 2329 (Antwerpen) en 2373 (Hasselt) kregen een tweede leven als mobiele verwarmingsunit voor rijtuigen. Voor de 2373 was het tweede leven van korte duur, amper enkele maanden later werd ze verschroot.

Bewaarde exemplaren

 
Nr Eigenaar Standplaats Opmerkingen
 
2309 TSP Saint-Ghislain
2383 NMBS Kinkempois


Het is verboden om de volledige tekst van deze pagina te publiceren zonder toestemming van de rechthebbende